Opties bij blackjack

Opties voor de speler

In tegenstelling tot de dealer, mag de speler zelf zijn strategie bepalen. Nadat hij zijn eerste kaarten heeft gekregen bestaan er de volgende opties:

Een kaart erbij nemen

Als de speler niet tevreden is met het totaal van zijn eerste twee kaarten, kan hij er nog een of meerdere kaarten erbij nemen. Je tikt op de kaart met je wijsvinger, of wijst naar je kaarten om nog een kaart te vragen bij een spel met meerdere stokken. Bij een spel met een enkele stok (en je de kaarten zelf in je hand hebt), schraap je over de tafel met je twee kaarten om aan te geven dat je nog een kaart erbij wilt hebben.

Passen

Als je tevreden bent met het totaal van de kaarten die je op dat moment in je bezit hebt, duw je de kaarten met de plaatjes naar beneden onder je inzet op tafel. Als er wordt gespeeld met meerdere stokken en je eigen kaarten al open op tafel liggen, geef je door met je handpalm over de kaarten heen te zwaaien aan dat je past en er geen kaart bij hoeft.

Dubbelen

Bij deze optie verdubbelt een speler zijn originele inzet. Hier staat tegenover dat hij daarna nog maar een enkele kaart erbij mag nemen, en niet meerdere kaarten zoals normaal. Je plaatst het bedrag waarmee je verdubbelt naast je originele inzet. De dealer geeft nu nog een kaart aan je.

Splitsen

Als je een paar krijgt (2 kaarten met dezelfde waarde) zoals 2 drieën, kun je die splitsen zodat je verder gaat met 2 handen in plaats van 1. Ook handen die 20 punten waard zijn (2 tienen, of een koning en een vrouw) mag je splitsen. Voor de nieuw ontstane hand moet je opnieuw je basisinzet inzetten.

Beide handen speel je daarna apart uit. Mocht je op een hand van 2 drieën die je splitst nog een drie krijgen, kun je die hand weer doorsplitsen mocht je dit willen. De enige uitzondering is azen. Als je azen splitst, krijg je nog maar een kaart per hand.

Dubbelen na splitsen

Dit is niet in alle casino’s mogelijk (zo is het in Atlantic City overal toegestaan, maar in Nevada maar bij enkele casino’s), dus vraag na of het kan. Stel dat je een paar achten splitst, en je op een van de handen een 3 krijgt gedeeld. Je hebt nu dus 11 in totaal op een hand, een grote kans op blackjack. Je kunt deze hand nu verdubbelen. Mocht deze regel van toepassing zijn, kan het in dit soort gevallen voordelen hebben.

Hand opgeven

Je kunt je originele twee kaarten die je krijgt gedeeld ook opgeven, zolang de dealer geen blackjack heeft. Dit noemen we (late) Surrender. Je geeft je hand op, en verliest de helft van je inzet. Je kunt dit niet doen als je al een andere beslissing hebt genomen, zoals een extra kaart vragen.

Verzekeren

Als de dealer als zijn kaart naar boven een aas heeft, heb je als speler de mogelijkheid om je te verzekeren. Dit wordt ook wel insurance genoemd. Als je dit doet, zet je in feite in op de mogelijkheid dat de dealer naast zijn aas een kaart heeft die 10 punten waard is, zodat hij blackjack heeft.

Je doet dit door de helft van je originele inzet in het vakje insurance te plaatsen. Als de dealer inderdaad een blackjack heeft, krijgt de speler 2 op 1 uitbetaald op zijn insurance inzet, maar verlies je de originele inzet. In totaal is het dus gelijkspel, je wint niets, je verliest niets. Als de dealer geen blackjack heeft, verlies je de insurance inzet, maar gaat het gewone spel gewoon verder.

Overigens is deze inzet vaak een slechte keuze, zeker als er wordt gespeeld met meerdere stokken. Omdat de uitbetaling 2 op 1 is, is het pas profitabel als er 2x zoveel kaarten met een waarde van 10 in de stok zitten dan overige kaarten. Verzekeren wanneer je zelf een blackjack hebt is ook een slechte keuze, ook al is het welbedoelde advies van medespelers en dealers vaak anders.

Het verloop van het spel

De dealer begint het spel door de kaarten te delen. Na het delen verwijdert hij de bovenste kaart (ook wel de burn card genoemd). Spelers zetten in voordat de dealer de kaarten heeft gedeeld. De dealer deelt met de klok mee, vanaf zijn linkerkant tot de rechterkant, een kaart tegelijk. Van de twee kaarten die de dealer krijgt ligt er een met het plaatje naar boven en de andere met het plaatje omlaag, zodat die niet zichtbaar is.

Deze kaarten worden ook wel de upcard (naar boven) en downcard (naar beneden) genoemd. Zoals eerder vermeld vraagt de dealer of spelers zich willen verzekeren als zijn upcard een aas is. Als de dealer een blackjack heeft, verliezen alle spelers die geen insurance hebben genomen hun inzet, of ze moeten zelf een blackjack hebben. In dat geval is het een push, en wint niemand.

Het spel begint bij de speler die aan de linkerkant van de dealer zit. Hij mag als eerste beslissen wat hij gaat doen. Als de speler is uitgespeeld (blackjack heeft, over 21 heen is gegaan, of past) gaat het spel door naar de speler daarnaast. Als iedereen is geweest, draait de dealer zijn downcard om en speelt hij zijn eigen kaarten volgens de van te voren opgestelde regels uit.